Denk aan jezelf, help een ander.
4e Verkuyllezing door Herman Wijffels
Verslag door: Eugène van Haaren
Klimaatverandering, de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk, het uitputten van grondstofvoorraden als kolen en olie en natuurlijk de economische crisis. Volgens Herman Wijffels allemaal voorbeelden van wat een ‘verkokerde egocentrische rationaliteit’ tot gevolg kan hebben. ‘Onze maatschappij is te ik-gericht, we gebruiken de schatten van de aarde tot ze op zijn, overal vervuiling achterlatend.’
De oud‐voorzitter van de Rabobank en voormalig vertegenwoordiger van Nederland bij de Wereldbank wond er geen doekjes om tijdens de tweejaarlijkse Verkuyllezing, genoemd naar ICCO‐oprichter Jo Verkuyl. Maar Wijffels is er de man niet naar om zijn aandachtige publiek met louter met onheilstijdingen om de oren te slaan. Hij denkt graag in oplossingen en geeft er de handleiding meteen bij.
Sleutelbegrippen bij die oplossingen zijn voor Wijffels ontwikkeling en empathie, het vermogen je in een ander te verplaatsen. ‘Wie verder kijkt dan zijn neus langis, ziet in dat de wereld een samenhangend systeem is. Het gaat erom dat je bij alles wat je doet, nagaat wat de gevolgen daarvan zijn voor anderen.’ Zoals de‘gulden regel’ luidt die bijna alle godsdiensten met elkaar delen: behandel anderen zoals je wilt dat die jou behandelen
Aan een ander denken hoeft niet ten koste te gaan van jezelf. Hij geeft het voorbeeld van Mars, de grootste snoepfabrikant ter wereld, die over enkele jaren alleen nog maar duurzaam geproduceerde chocolade wil verkopen. Boeren in Afrika wordt geleerd met nieuwe methodes hun gewas te verbouwen, wat weer leidt tot hogere opbrengsten. En dat is voordelig voor zowel de boeren als voor Mars. ‘Het bedrijf kon zichzelf ontwikkelen, door een ander daarbij te helpen.’ Ook de ontwikkelingssamenwerking kan volgens Wijffels een frisse wind gebruiken. ‘Het gaat niet zozeer om schuldgevoel, naastenliefde of solidariteit.
Doe je je werk uit die motivatie, dan maak je anderen afhankelijk of zie je ze als slachtoffer. Waar het werkelijk om gaat is: samen werken aan een gezamenlijk belang, ook dat van jezelf. Maar wel in die volgorde.’ Volgens de econoom moet het startpunt voor ‘hulp’ zijn: welke bijdrage kan Nederland leveren aan de wereld? ‘Zijn we goed in dijken bouwen? Dan gaan we dat doen. En dan is het niet gek als bedrijven daar ook geld mee verdienen.’
Op alle niveau’s kan er worden gewerkt aan een betere wereld. Ook als individu, door bijvoorbeeld te kiezen voor groene stroom waardoor er minder broeikasgas de lucht ingaat. En landen zoals Nederland zouden werk kunnenmaken van ‘global governance’. Een samenwerking tussen staten, wellicht een soort wereldregering, die eerlijke handel garandeert, ervoor zorgt dat aan milieuschade een prijskaartje komt te hangen en voorkomt dat diersoorten als de blauwvintonijn uitsterven.
Een goed voorbeeld hoe het zou moeten is het zogeheten Montreal‐protocol. Daarmee werd vanaf 1 januari 1989 het gebruik van ozonafbrekende stoffen wereldwijd aan banden gelegd. En met succes: de schadelijke stoffen in de luchtzijn flink afgenomen terwijl de ozonlaag zich nog steeds herstelt. Maar coreferent en theologe Manuela Kalsky, een van de twee sprekers die waren uitgenodigd op het betoog van Wijffels te reageren, wees erop dat een andere internationale afspraak helemaal niet van de grond komt, het Kyoto‐protocol dat de klimaatverandering in de wereld moet tegengaan. Maar, zo vindt ook Kalsky, dat is geen reden om stil te blijven zitten. Ook kerken en gelovigen kunnen meedoen, vandaag al: ‘Zet zonnepanelen op kerken, synagogen en moskeeën. Zo vergroot je het bewustzijn dat het anders moet en kan.’
Wijffels ziet de Europese Unie – ruim zestig jaar vrede en stijgende welvaart – als voorbeeld voor verdere internationale samenwerking. Ook al kwam hem dat op de kanttekening te staan van de andere co‐referent, Eelke de Jong, hoogleraar economie aan de Radboud Universiteit. De EU was geen toonbeeld van doortastendheid door pas na vijf maanden gesteggel Griekenland uit de financiële problemen te helpen. Maar volgens Wijffels onderstreepte dit juist zijnbetoog: ‘We helpen de Grieken omdat we anders zelf de pineut zijn.’ Wijffels’ publiek, dat de Utrechtse Sint Janskerk tot de laatste stoel had bezet, wilde weten of zijn groene en sociale ideeën niet veel geld gaan kosten.
Volgens de hoogleraar Duurzaamheid en Maatschappelijke Verandering aan de Universiteit Utrecht, is het een illusie te denken dat de maatschappij weer terugkeert naar de situatie van voor de economische crisis. ‘De crisis is nog lang niet voorbij. De overheid zit nog met miljarden schulden en die moeten door ons allemaal worden terugbetaald. Alleen duurzaamheid zal op den lange duur leiden tot groei.’ Al zal die misschien niet zo sterk zijn als tijdens de ‘oude’ economie. ‘Maar als er dan meer mensen in waardigheid kunnen leven, zou je dan nog klagen?’
Juist de crisis biedt kansen om het anders te gaan doen. Door bijvoorbeeld voorrang te geven aan ontwikkelingen die een ‘kringloopeconomie’ stimuleren. Een economie die voor zijn energie gebruik maakt van hernieuwbare bronnen als zonne‐energie, waterkracht, windenergie en duurzame biobrandstoffen. ‘Oogsten uit stromen, in plaats uit voorraden’, zoals Wijffels het noemt. En fabrikanten die duurzaam zijn, krijgen belastingvoordeel. Bijvoorbeeld doordat ze producten maken die aan het einde van hun levenscyclus niet als afval verloren gaan maar weer als grondstof voor een nieuw product gebruikt kunnen worden (‘cradle‐to‐cradle’).
Wijffels, die een paar jaar geleden nog als informateur aan de wieg stond van het laaste kabinet‐Balkenende, moet tot zijn spijt bekennen dat er op dit moment in de politiek weinig oor is voor zijn ideeën. ‘Veel partijen worden geleid door managers, die beheren de bestaande orde. Terwijl iets heel anders nodig is: leiderschap, het vermogen om de weg wijzen naar een nieuwe, rechtvaardiger orde.’ Toch blijft hij hoopvol: ‘Zodra genoeg mensen vinden dat het anders moet, zal ook de politiek niet kunnen achterblijven.’Vernieuwing samenleving: Kansen voor economie en ecologie.Twee krachten vechten op dit moment om de uitkomst van de crisis. Aan de ene kant staat de behoudende kracht die de oude orde in stand wil houden, aan de andere kant staat de vernieuwende kracht die de crisis beschouwt als opmaat van een nieuw sociaal en ecologisch tijdperk.





