Achtergronden Wet Harrewijn

--------------------------------------------------------------------------------

Uitbreiding WOR

De OR krijgt informatie over beloning Op 25 april heeft de Eerste Kamer een belangrijke uitbreiding van het informatierecht van de OR aangenomen, de wet Harrewijn. Dit betekent dat waarschijnlijk per 1 augustus ongeveer 6800 arbeidsorganisaties elk jaar verplicht zijn om de OR informatie te geven over de gezamenlijke beloning van directieleden en commissarissen. Directie moet uitleggen. Ook moet de directie schriftelijke informatie geven over de beloning en arbeidsvoorwaarden van alle 'verschillende groepen' medewerkers. Vervolgens moet de directie elk jaar aangeven met welk percentage de arbeidsvoorwaarden van bestuurders plus commissarissen en medewerkers zijn gestegen.

Het was een initiatiefwetsvoorstel van de Kamerleden Kees Vendrik (GroenLinks) en Gerda Verburg (CDA). Alleen de leden van de VVD stemden tegen. Feitelijk betreft het een uitbreiding van artikel 31 WOR, met twee extra bepalingen (zie onder tekst). Onder de circa 6800 arbeidsorganisaties vallen ook de overheid en non-profit, dat is ongeveer een derde deel.

Uitgezonderd zijn organisaties met minder dan honderd medewerkers, familiebedrijven en grootaandeelhouders. Bedoeling van de wetswijziging - formeel benoemd als Wet Harrewijn - is dat er binnen ondernemingen vanaf honderd werknemers meer transparantie komt over de beloning van de ondernemingstop. Ook moet de wet bevorderen dat er tussen directie en OR 'een dialoog' tot stand komt over de beloningsverhoudingen. Als de OR te horen krijgt dat de lonen van de medewerkers met 2,5 procent zijn gestegen, en de gezamenlijk beloning van directie en commissarissen arbeidsvoorwaarden met twaalf procent, zal de directie dat aan de OR moeten uitleggen. Dit dient volgens de wet te gebeuren bij 'de bespreking van de algemene gang van zaken van de onderneming', zeg maar de artikel 24-vergadering.

'Vrijwel tandeloos'

PvdA-senator Frans Leijnse betwijfelt of de wetswijziging gevolgen zal hebben voor de beloning aan de top. Het oorspronkelijke wetsvoorstel van Harrewijn stelde namelijk dat de informatieplicht zich ook richtte op de individuele beloning van de topbestuurders en commissarissen. Onder druk van mede-indiener Gerda Verburg (CDA) is dit teruggebracht naar 'de groep'. Hierdoor zal de OR volgens Leijnse 'slechts in zeer uitzonderlijke gevallen bruikbare informatie krijgen over de beloning van bestuurders en toezichthouders'. Hij noemt de wetswijziging voor deze kwestie 'vrijwel tandeloos'.

Ook Vink kan niet echt enthousiast worden over de reikwijdte van deze aanvulling: 'Ach, het is een aardige binnenkomer.'

Wat kan de OR wel.

Met deze uitbreiding krijgt de OR wel meer zicht op de interne beloningsstructuur. Een OR die vandaag de dag kritische vragen stelde over de verschillen in de beloning van medewerkers, werd vaak met lege handen naar huis gestuurd. Nu is de onderneming verplicht de OR daar elk jaar helder over te informeren. De ondernemer is volgens mr. Frans Vink (auteur van Inzicht) overigens vrij om te bepalen wat hij onder 'een groep medewerkers' verstaat. 'Dat kan van alles zijn. Het hoeft niet per beroepsgroep. Het kan ook gebaseerd zijn op de verschillende niveaus in het functiewaarderingssysteem. Maar een OR kan natuurlijk protesteren als hij vindt dat de OR door de gekozen groepsindeling nog steeds niet voldoende informatie krijgt over de beloningsstructuur.'