Onderdeelcommissies
Algemene opmerkingen
Onderdeelcommissies kunnen uitsluitend worden ingesteld voor verspreide onderdelen van de onderneming. De onderdeelcommissie bestaat uit werknemers van het betrokken onderdeel, al dan niet aangevuld met leden van de ondernemingsraad. Net als de vaste commissies worden ook de onderdeelcommissies in de regel voor onbepaalde tijd ingesteld.
Het instellingsbesluit moet het onderdeel noemen waarvoor de commissie is ingesteld, en de samenstelling en de werkwijze regelen.De OR kan in het instellingsbesluit aan de onderdeelcommissie de bevoegdheid geven om overleg te plegen met degene die de leiding heeft van het onderdeel. In dat geval zijn ten aanzien van dat overleg de artikelen 17, 22, 23, 23a leden 2, 4 en 6, 23b, 24 lid 1, 25, 27, 28, 31a leden 1, 6 en 7, 31b en 31c WOR van overeenkomstige toepassing.
Dit betekent dat degene die de leiding heeft van het onderdeel overleg moet voeren met de onderdeelcommissie.
De onderdeelcommissie kan dan met betrekking tot de aangelegenheden van het onderdeel alle bevoegdheden van de OR uitoefenen, tenzij de OR in een bepaald geval besluit om een aangelegenheid zelf te behandelen. Besluit de OR een bepaalde aangelegenheid zelf te behandelen, dan kan de onderdeelcommissie daarover geen overleg meer voeren met de leiding van het onderdeel. Evenmin als een vaste commissie kan een onderdeelcommissie de bevoegdheden van de OR op grond van de artikelen 26 en 36 WOR (het voeren van gerechtelijke procedures) uitoefenen.
Model instellingsbesluit onderdeelcommissie
De OR, gelet op artikel 15, leden 1 en 3 WOR, neemt het volgende besluit tot het instellen van een onderdeel- commissie:
Artikel 1
- Er is een commissie voor onderdeel ............... van de onderneming. Zie aantekening 1.
- De commissie bestaat uit ............... leden die door de in het onderdeel werkzame kiesgerechtigde personen worden gekozen uit de in het onderdeel werkzame verkiesbare personen. De artikelen 4 tot en met 16 van het reglement van de ondernemingsraad zijn van overeenkomstige toepassing. De samenstelling van de onderdeelcommissie wordt bekendgemaakt aan de ondernemer en aan de in het onderdeel werkzame personen.
of alternatief voor lid 2 ( zie aantekening 2):
2. De commissie bestaat uit ............... leden die werkzaam zijn in het onderdeel van de onderneming. Zij worden door de ondernemingsraad benoemd. De samenstelling van de onderdeelcommissie wordt bekendgemaakt aan de ondernemer en aan de in het onderdeel werkzame personen.
3. De commissie behandelt voor de ondernemingsraad de aangelegenheden betreffende het onderdeel waarvoor zij is ingesteld en brengt daarover desgevraagd of uit eigen beweging advies uit aan de ondernemingsraad.
of alternatief voor lid 3 ( zie aantekening 3):
3. De commissie behandelt voor de ondernemingsraad de aangelegenheden betreffende het onderdeel waarvoor zij is ingesteld en heeft de bevoegdheid tot het voeren van overleg daarover met degene die de leiding heeft van het onderdeel.
Toelichting
aantekening 1; onderdeel
In lid 1 wordt aangegeven voor welk onderdeel van de onderneming de onderdeelcommissie wordt ingesteld: de naam of een andere aanduiding van het onderdeel volstaat.
aantekening 2: samenstelling
De onderdeelcommissie bestaat uit werknemers van het betrokken onderdeel; daarnaast kunnen van een onderdeelcommissie ook een of meer OR-leden deel uitmaken. Bij de samenstelling van de onderdeelcommissie uit in het onderdeel werkzame personen is er een keuzemogelijkheid, te weten:
- de leden worden gekozen door het kiesgerechtigde personeel van het onderdeel (eerste variant voor lid 2);
- of de leden worden benoemd door de OR (tweede variant voor lid 2).
Beide mogelijkheden gaan ervan uit dat de onderdeelcommissie uitsluitend bestaat uit personen die werkzaam zijn in het betrokken onderdeel. Het is uiteraard mogelijk dat een of meer van deze personen tevens OR-lid zijn.
Zo kunnen in de eerste variant OR-leden die werkzaam zijn in het betrokken onderdeel, worden gekozen in de onderdeelcommissie.
In de tweede variant zou de OR een of meer OR-leden die in het betrokken onderdeel werkzaam zijn, tot lid van de onderdeelcommissie kunnen benoemen. Deelname van OR-leden in de onderdeelcommissie legt een duidelijke band tussen de OR en deze commissie en kan van belang zijn voor een effectieve samenwerking.
Indien in het betrokken onderdeel geen OR-leden werkzaam zijn, kan een oplossing worden bereikt langs de weg van artikel 15, lid 3 WOR (laatste volzin). Deze bepaling staat toe dat, naast in het betrokken onderdeel werkzame personen, ook een of meer door de OR uit zijn midden te benoemen leden die niet in het betrokken onderdeel werkzaam zijn, lid zijn van de onderdeelcommissie. Deze OR-leden hebben dan in de onderdeelcommissie zitting specifiek vanwege hun OR-lidmaatschap.
Indien van deze mogelijkheid wordt gebruikgemaakt, moet dit in artikel 2 van het instellingsbesluit afzonderlijk worden aangegeven. In de eerste variant voor lid 2 kan de eerste volzin dan luiden:
“De commissie bestaat uit ............... leden. Hiervan worden ............... lid/leden benoemd door de ondernemingsraad; de overige leden worden gekozen door de in het onderdeel werkzame kiesgerechtigde personen uit de in het onderdeel werkzame verkiesbare personen.”
In de tweede variant voor lid 2 kunnen de eerste twee zinnen dan luiden:
“De commissie bestaat uit ............... leden, te benoemen door de ondernemingsraad. Hiervan zijn ten minste ............... personen lid van de ondernemingsraad; de overige leden van de commissie zijn werkzaam in het onderdeel.”
aantekening 3: bevoegdheden
Ook voor lid 3 zijn er twee varianten. In de eerste heeft de onderdeelcommissie (uitsluitend) de bevoegdheid aan de OR advies uit te brengen. Aan een onderdeelcommissie kan echter ook de bevoegdheid worden verleend tot overleg met degene die de leiding heeft van het betrokken onderdeel. In dat geval gaan de bevoegdheden van de OR ten aanzien van de aangelegenheden het onderdeel betreffende over naar de commissie, tenzij de OR besluit een bepaalde aangelegenheid zelf te behandelen (artikel 15, lid 3 WOR).
Wordt van de mogelijkheid de overlegbevoegdheid over te dragen gebruikgemaakt, dan dient voor lid 3 de tweede variant te worden benut. Voor het geval de OR de bevoegdheid tot het voeren van overleg met de leiding van het onderdeel overdraagt aan de onderdeelcommissie, wordt ten aanzien van dat overleg in artikel 23c WOR een aantal bepalingen van de WOR van overeenkomstige toepassing verklaard.
Artikel 2
- De leden van de commissie worden benoemd voor een periode die aanvangt met de verkiezing/benoeming en die eindigt wanneer de zittingstermijn van [de helft van] de leden van de ondernemingsraad afloopt. Zie aantekening 1.
- De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris.
- De commissie vergadert op verzoek van de voorzitter en op verzoek van ............... leden van de commissie. Een vergadering kan slechts worden gehouden indien ten minste ............... leden van de commissie aanwezig zijn.
- De artikelen 17, leden 2 en 3, 18 lid 2, 19, 20 en 21 lid 1 van het reglement van de ondernemingsraad zijn van overeenkomstige toepassing.
- De leden van de commissie kunnen te allen tijde hun lidmaatschap beëindigen. Zij geven daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van de ondernemingsraad, aan de voorzitter van de commissie en aan de ondernemer.
Toelichting
aantekening 1: verwijzing voor toelichting
Zie de toelichting bij artikel 2, de aantekeningen 1 t/m 4 van het modelinstellingsbesluit vaste commissie





