Artikel 46b. Voorwaarden voor subsidiëring van scholing en vorming van OR-leden

  1. De Raad kan, onder door hem te stellen voorwaarden, uit de opbrengst van de in artikel 46a bedoelde heffingen geldelijke bijdragen verstrekken aan rechtspersonen die zich ten doel stellen de werkzaamheden van andere rechtspersonen op het gebied van de scholing en vorming van ondernemingsraadsleden te begeleiden en te ondersteunen.
  2. Als voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval gesteld:
    1. dat de betrokken rechtspersoon jaarlijks een begroting en een rekening van de met zijn in het eerste lid bedoelde taak verband houdende inkomsten en uitgaven opstelt en ter goedkeuring aan de Raad voorlegt;
    2. dat de onder a bedoelde rekening door of vanwege de Raad kan worden gecontroleerd;
    3. dat de betrokken rechtspersoon erop toeziet, dat de werkzaamheden op het gebied van de scholing en vorming van ondernemingsraadsleden, waarvoor door hem geldelijke ondersteuning wordt verleend, wat de kwaliteit betreft ten minste voldoen aan de voorwaarden die gelden voor subsidiëring van vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen door het Rijk, en dat deze werkzaamheden voorts passen in de algemene opzet van het vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen in Nederland, als aangegeven door de rijksoverheid.