| |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Columns 2010
Veel werk voor OR-en door akkoord van KopenhagenKopenhagen beheerst alle media en zet de politiek van links tot rechts in beweging. Er wordt inmiddels gesproken over de magere resultaten van de conferentie. Maar zonder de overeenkomst waren de gevolgen helemaal dramatische geweest. En waar wordt het resultaat naar afgemeten? Dit is een eerste stap in de omschakeling wereldwijd naar een meer duurzame economie. En misschien wel van een omschakeling van een Angelsaksische cultuur in een Rijnlandse cultuur. De problematiek waar het hier om gaat is enorm. En het kan niet anders of het is een begin van een veel grotere omschakeling. De milieucrisis is begonnen bij de rijke landen. Waarbij er veel geld verdient is door de productie van vervuilende producten. En in één van de rijkste landen ter wereld Amerika, wordt al langere tijd zeer vervuilend geproduceerd en geconsumeerd. Gericht als de Amerikanen zijn op steeds meer en grotere welvaart, ervaren of erkennen zij niet dat zij daarmee het klimaat bedreigen. Een hoge consumptie bestaat uit goederen en diensten die ook geleverd en gemaakt moeten worden. En het kan niet anders of de rijke landen moeten hierin het voortouw nemen, ook Amerika. Was er kort geleden de kredietcrisis die voor veel commotie zorgde nu staat het klimaat op de voorgrond. In Kopenhagen ging het om een overeenkomst tussen 193 landen die heel verschillend zijn en vooral kijken naar de gevolgen voor hun eigen land. En vooraf was er al veel overleg geweest en ook in de pers heeft het veel aandacht gekregen. Een onvermijdelijk effect is dan dat de verwachtingen steeds hoger worden. Een overeenkomst over het klimaat tussen landen die alles hebben en in overvloed leven en landen die zelfs geen eten en geen gezondheidszorg voor hun inwoners hebben. Hoe moet zo´n overeenkomst er uit zien? Voor het klimaat was en is het het beste dat alles in één keer geregeld zou worden. Nu ligt volgens de media slechts een basisafspraak “een intentieverklaring”. Afgesproken is dat de temperatuur van de aarde niet meer dan 2º C mag stijgen en dat er flink wat geld betaald moet worden aan de landen die onevenredig zwaar getroffen worden, vooral de armere landen. Die verklaring moet door de landen zelf aanvaard en uitgevoerd worden. In december 2010 zal in Mexico een contract gesloten moeten worden. Door de hoog gespannen verwachtingen valt dit resultaat dan al snel tegen. Maar dat is een misvatting want er is nu wereldwijd een grote conferentie geweest waarmee onmiskenbaar een andere toon is gezet. En wat betekent het in de praktijk voor de ondernemingen en or-en? Een enorme omschakeling staat ons te wachten, dat zal niet snel gaan maar er is wereldwijd een omslag gemaakt in het denken over onze planeet de aarde. Bedrijven zullen moeten omschakelen net als bij de eerdere grote technologische innovaties in het verleden. Zoals bij de invoering van de stoommachine, de automatisering en de ICT technologie. En dat kan. Dat gaat veel werk betekenen voor or-en en het worden spannende tijden. En het is het waard want de aarde is wel de enige planeet waar we met onze lichamelijke eigenschappen op kunnen leven. En daar moeten we dus zuinig op zijn. Voor het publiek betekent dat het aanhalen van de broekriem of beter gezegd, iets minder consumptie. Nu maar hopen dat er besluiten door de overheid genomen worden die gericht worden op alternatieve energiebronnen. Het roer moet dus om. Willem Vermeend (oud staatssecretaris van financiën) heeft een plan om met een groot aantal ondernemingen een groot windmolenpark in zee aan te leggen. Zonne-energie kan financieel rendabel en goed opgewekt worden maar we hebben er geen industrie voor. Een uitdagende toekomst. Cor P. Berkel redacteur OR-Online 27-12-2008 Geef de achterban ook een rechtIn de stukken over de wijziging van de WOR wordt uitvoering stilgestaan bij de relatie met de achterban. Alle betrokken partijen, de minister, de SER, de vakorganisaties, het GBIO en de opleidingsinstituten onderkennen de geringe betrokkenheid van de achterban als een belangrijk probleem. Maar het gaat dan altijd over het gedrag van de achterban zelf en is het de OR die de schuld hiervan krijgt. En beide worden gezien als degene die hier wat aan zouden kunnen doen. De or moet de achterban betrekken bij het or-werk en de achterban moet dit ook leuk gaan vinden. De minister stelt nu voor om de OR te verplichten wat te regelen voor het contact met achterban en de 2e Kamerleden denken in de richting van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de achterban. Maar erg concreet is dat niet. En de or heeft de achterban niet aan een touwtje, zoals een baas zijn hondje. Als de betrokkenheid van de achterban bij het OR-werk moet worden bevorderd moet er gekeken worden naar de belangstelling van de personen in de achterban. Verwijten dat de or de achterban niet erbij betrekt, werken net zo slecht als die van de dominee die de kerkgangers toespreekt over de mensen die wegblijven uit de kerk. Ik denk dat de OR te weinig de directe belangen van de achterban kan behartigen. Vooral als de or steeds meer strategisch moet optreden. Daarom heeft de achterban weinig belangstelling. Het lijkt mij dat de achterban vooral geïnteresseerd is in de onderwerpen die geregeld zijn in het personeelshandboek. Zoals de onkosten- en reiskostenvergoedingen, de auto-leaseregeling, kinderopvangregeling e.d., onderwerpen die veelal niet in de CAO staan en waarin de bestuurder dus zonder overleg met de OR kan ingrijpen. Formeel volgens de WOR kent de or instemmingsrechten en adviesrechten maar er zijn naast de WOR nog 22 wetten en besluiten waarin de OR taken en bevoegdheden heeft, dus aan onderwerpen geen gebrek. Maar boeien die ook de achterban? De vraag is daarbij wat de achterban dan voor belang hecht aan contacten met de or daarover? Waarmee ik niet wil zeggen dat het geen belangrijke onderwerpen zijn maar niet direct in de ogen van het gemiddelde personeelslid. Want anders had de achterban allang bij de or aangeklopt. Over veel van de aangehaalde onderwerpen heeft de or instemmingsrecht of adviesrecht. Wil men de achterban betrekken bij het or-werk dan moet de or de achterban een recht geven tot inspraak in de besluitvorming over de aangehaalde onderwerpen. De or accepteert dan last en ruggespraak over een beperkt aantal, zelf te bepalen, onderwerpen. Deze werkwijze kan de or nu volgens het voorstel van de minister gaan regelen in het reglement. Daar kan de OR zelf regelen hoe de achterban bij deze besluitvorming moet worden betrokken. Cor P. Berkel redacteur OR-Online 04-01-2010 Toezichthouders onder vuurEr zijn in dit land in de afgelopen jaren tal van landelijke toezichthouders opgericht. Oud en bekend zijn de De Nederlandse Bank (DNB), de Arbeidsinspectie, de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) enz. Maar inmiddels is er ook de Autoriteit Financiële Marketen (AFM), de Ombudsman, de Consumentenautoriteit, de College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) en nog een hele rij. Voor een volledige lijst zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Toezichthouder_%28overheid%29. Deze toezichthouders zijn ingesteld door de overheid om een ordelijke manier van werken te bevorderen. Hun nut is kennelijk bewezen en de instelling is noodzakelijk geacht. Daar komen de landelijke vraagstukken op specifieke werkterreinen aan de orde en moeten richtlijnen gemaakt en toegepast worden. Een bekende methode om zelf als oorzaak van misstanden buiten schot te blijven is, om de toezichthouder te verwijten dat die zijn werk niet goed gedaan heeft. Zie daarvoor de discussies in de Kamer, de dagbladen en op TV over financiële crisis, de DSB en ICESAVE. Je gelooft je oren en ogen niet als je de brokkenmakers hoort klagen over de toezichthouders. Terwijl ze zelf de oorzaak van de problemen zijn. Kortzichtig winstbejag en hebberigheid is bij hen troef en de toezichthouder is vooral lastig en onbekwaam. In de ondernemingen zijn er ook toezichthouders. Vallen BV's en NV's onder de structuurregeling dan is een Raad van Commissarissen verplicht maar vaak is die ook vrijwillig ingesteld met dezelfde bevoegdheden. En in de Zorgsector is er de Raad van Toezicht die vergelijkbaar is met de Raad van Commissarissen. Ook hier zijn er, maar in mindere mate, klachten over de toezichthouders. Voor or-en zijn echter meer positieve voorbeelden te vinden over hoe de toezichthouders in ondernemingen te werk gaan. Met name de or blijkt daarin een belangrijke rol te spelen. Een or in een onderneming constateert misstanden die direct te herleiden zijn tot het functioneren van de directie. De or neemt contact op de voorzitter van de Raad van Toezicht die de leden van de Raad bijeen roept en de directeur op staande voet ontslaat. Een andere or neemt contact op de voorzitter van de Raad van Commissarissen omdat in de benoemingsprocedure van een lid van de Raad `van Bestuur de or niet om advies gevraagd is. De procedure wordt vervolgens zodanig vertraagd dat de or tijd krijgt een advies uit te brengen. Waarom werkt dit in ondernemingen wel en op landelijk niveau niet? De oorzaak ligt in het optreden vanaf de werkvloer naar de toezichthouder. Ondernemingen vrezen imago-verlies bij het rapporteren van misstanden aan de landelijke toezichthouder, want dat komt altijd in de publiciteit. Daardoor moet de toezichthouder veelal zelf naar misstanden op zoek gaan. En dat wordt dan ook vaak tegengewerkt. Ondernemingen schieten met dit gedrag in eigen voet. De or-en laten zien wat wel werkt namelijk kritisch durven zijn en een rechte rug houden in keuzen die gaan over wat recht en billijk is. Misschien moeten or-en die rol ook maar gaan spelen naar de landelijke toezichthouders toe. Cor P. Berkel Redacteur OR-Online 18-01-2010 Goed gemanaged, slecht georganiseerd.Op een foto staan 7 prullenbakken op een geringe afstand van elkaar op een perron van de NS. In drie verschillende kleuren en uitvoering. Die moeten ook weer geleegd worden en dat wordt gedaan door drie verschillende bedrijven. Die hebben elk apart daarvoor een offerte ingediend en een contract gesloten. Het is een voorbeeld uit het boek: “Bij welke reorganisatie werk jij?” van Jaap Peters en Hester Heringa (ISBN 987 90 8965 022 1). Een fantastisch boek dat gaat over managen en organiseren. En van dit soort voorbeelden staan er heel wat in het boek. De kern van het boek gaat over het gebrekkig organiseren en het overdreven managen. Te veel dingen worden in handen van managers opgeknipt in hapklare brokken, meetbaar gemaakt in tijd of productieeenheden en vervolgens uitgerold in de organisatie. Het heet dan een “reorganisatie” en proces gaat bijna continu door. Het resultaat is efficiëntie en kostenreductie. Dat is soms heel goed en nuttig. Maar het voorbeeld maakt duidelijk dat er iets is mis gegaan. Er is geen aandacht besteed aan het organiseren. Organiseren is het taken verdelen en bevoegdheden toekennen gericht op het doel van de onderneming. En wie houdt bij het plaatsen van prullenbakken op perrons, het totaal in de gaten? Ieder doet wat afgesproken of opgedragen is en niemand let op het geheel. En wie had dat dan in de gaten moeten houden? En wanneer? Bij het geven van de opdracht, bij het plannen van de plaats of bij het plaatsen zelf? Eigenlijk had er al veel eerder bij het plaatsen gezien moeten worden dat er meerdere afdelingen zijn die dit kunnen doen. Een ander voorbeeld uit de zorg. De taken van verzorgend personeel worden opgeknipt in onderdelen en uitgevoerd worden door anders opgeleid personeel. De “klant” (beter is de patiënt) krijgt te maken met meerdere personen die op verschillende tijdstippen langskomen. Zo wordt het werk van medewerkers kapot gemaakt, heeft de klant geen vast contact meer, moeten er toezichthouders komen en controle, komen er extra administratieve handelingen bij het verzorgend personeel en gaat de kwaliteit achteruit. Voor de onderneming is de reorganisatie geslaagd, maar de klant is ontevreden en het personeel is hun vak kwijt of is ontslagen. Bepaalde onderdelen horen bij elkaar en zijn niet te splitsen, omdat het splitsen meer nadelen dan voordelen gaat geven. En dat begint boven aan de maatschappelijk ladder zoals bijvoorbeeld bij de splitsing van Pro-Rail en NS. Of door fusies waarbij ondernemingen fuseren en de gelijksoortige onderdelen samengevoegd worden. Het geheel verdwijnt daarmee uit het oog en de managers sturen alleen hun onderdeel aan. Ondernemingsraden krijgen voorstellen voor reorganisaties op hun agenda en moeten daarover advies uitbrengen. Het leren kijken naar deze voorstellen door middel van een andere bril namelijk die van minder managen en meer organiseren kan een goed advies opleveren. De or kan het geheel van de onderneming overzien en letten op kwaliteit van de onderneming en de vakbekwaamheid van het personeel. Het gaat dan vooral om de vraag wat het doel van de onderneming is en waarom de kwaliteit van de onderneming beter wordt voor klanten en personeel. Cor P. Berkel redacteur OR-Online 19 januari 2010 Evalueren nuttig?In de afgelopen dertig jaar als or-lid, trainer, adviseur en directeur heb ik veel evaluaties gedaan en er leiding aan gegeven. In veel cursussen van or-en is dat een vaak terugkerend thema. Het nut ervan heb ik ook wel eens kritisch bezien en er ook minder lovend over geschreven. Doe jij dat nou ook?Die vraag zou moeten worden gesteld in de interne discussies bij de ABN AMRO over de aanpak van de bank van bedrijven waar men leveringscontracten mee heeft. Wat is de kwestie? De ABN AMRO heeft in de periode dat men een onderdeel was van de Royal Bank of Schotland (RBS) contracten met bedrijven opnieuw aan de orde gesteld met de vraag wat die bedrijven over hadden voor dat contract. Gesteld werd dat een bedrijf met een contract daar achteraf toch wel een 10% van zou kunnen terugstorten. Werden De Bank en het leverende bedrijf het daar niet over eens dan kwam men op een zwarte lijst met een grote kans om bij een volgende ronde niet meer in aanmerking te komen voor een contract. De computers zijn de baas.De financiële computers zijn de baas!In een TV-programma dat gaat over Quats wordt uit de doeken gedaan hoe de computers (maar beter nog de programmeurs in dienst van de financiële instellingen) de financiële gang van zaken in de wereld zien en bepalen. Die programmeurs hebben computermodellen voor de financiële producten gemaakt en kunnen bepalen wat de meest winstmakende producten zijn voor een bepaalde doelgroep. De handel daarin maar ook in beursaandelen gaat ook geautomatiseerd en razendsnel namelijk met de snelheid van het licht. Om concurrenten voor te zijn moeten computers zo dichtbij als mogelijk is bij de bron staan want dan ontvangen die het eerste signalen over de markt. Het gevolg daarvan is dat de werkelijkheid van de markt niet meer de basis is van de handel maar de modellen. En die modellen en die zijn gemaakt om groei of winst te maken. Hoe meer hoe beter. Zo wordt er een economische werkelijkheid gemaakt die altijd groei geeft. Maar dat is dan niet de echte werkelijkheid van de ondernemingen en bedrijven. En daarmee is de basis gelegd voor een nieuwe crisis. Want die gefingeerde werkelijkheid ontploft ook weer een keer. We zijn dus afhankelijk geworden van de computer. En hoewel altijd gezegd wordt dat die computers gevoed moeten worden met gegevens van deskundigen worden in dit circuit de gegevens bepaald door andere computers. De conclusie kan dan ook niet anders zijn dan dat de markt bepaald wordt door computermodellen. Dat vraagt een andere benadering van het vrije marktdenken. Dat gaat er van uit dat de markt altijd beter is dan het regelen van en door de overheden. Voorkomen van crisissen in de economie lijkt hiermee een illusie. De wereld en de economie zal dus regelmatig geconfronteerd worden met een soort financiele crisis om de ontstane bubbels weer leeg te laten lopen. Het pleit voor ingrijpen door de overheid om de echte werkelijkheid weer de basis te laten zijn van de markt. Het is goed dat de ondernemingsraad in een onderneming bij de voorgenomen bedrijfseconomische besluiten van de directie weet wat de invloed van computers is bij soort besluiten. Deze computermodellen zijn ook in het segment van overnames, financiering en van het beursgedrag van groot belang. De werkelijkheid is niet meer de echte werkelijkheid. Voor de or zal de besluitvorming steeds schimmiger worden. Maar niet alleen voor de or. Cor P. Berkel redacteur OR-Online 9-02-2010 'Deze man deugt niet'Dit is een uitspraak van de voorzitter van Autoriteit Financiële Markten (AFM) in het verhoor voor de commissie van de Tweede Kamer die oorzaak van de financiële crisis onderzoekt. Hij heeft het dan over de aanvraag van een directeur van een onderneming om financiële producten op de markt te brengen. De persoon wordt beoordeeld op zijn kwaliteiten en integriteit door de AFM. Het onderwerp komt in de Raad van Bestuur van de AFM en unaniem doet men deze uitspraak. Deze persoon heeft wel de vereiste kwaliteiten maar hij deugt niet. En de toestemming is geweigerd. Ik ben benieuwd naar de tekst van het briefje dat aan hem gestuurd is. Of is het hem mondeling meegedeeld? Hoe zeg je zoiets? En hoe legt deze directeur dat uit aan zijn personeel? Ook in de onderneming zal bekend gemaakt zijn wat de plannen zijn en dat er een toestemming aan de AFM gevraagd moet worden. En dan krijg je deze reactie binnen. Maar hoe is deze persoon aan die functie gekomen? Ik mag hopen dat bij de benoeming geen commissaris en or bij betrokken geweest zijn want die hebben dan ook hun werk niet goed gedaan. En zo blijkt dat een besluit van een officiële instantie veel effect heeft. Alleen al het openbaar doen van deze uitspraak zal al effect hebben. Het is dus oppassen geblazen voor functionarissen in de financiële onderneming die ambities hebben om directeur te worden. Goed opletten op je gedrag om te voorkomen dat je later de rekening gepresenteerd krijgt. En het is een ruggensteun voor or-en in hun adviesrecht over de aanstelling van een nieuwe directeur. Dit lijkt mij de goede weg om het vertrouwen in de financiële ondernemingen bij het publiek terug te winnen. Laat als antwoord op de financiële crisis de bestuurders van de onderneming opnieuw een aanvraag in dienen voordat ze verder kunnen gaan als directeur. Want dat is waar het om gaat. De directies krijgen ook nu weer bonussen en ze gaan weer veel verdienen want anders gaan ze naar de concurrent. Dat zo wel nodig zijn, maar een beoordeling van hun integriteit door een officiële instantie gaat ergens anders over. Dat legt de bijl aan de wortel van de boom. Kan je wel heel veel verdienen en toch integer zijn? Cor P. Berkel redacteur OR-Online 15 februari 2010 Ondernemingskamer beschermt de ondernemingEr is de laatste tijd, sinds de overname van ABN AMRO door een bankentrio, veel gezegd over de macht van de aandeelhouders. Immers bij ABN AMRO hebben een aantal hedge fonds, als aandeelhouders met samen slechts 1% van aandelen, de prestaties van ABN AMRO als slecht betiteld, waardoor de afgang van deze bank in gang werd gezet. Let op de RvCAan de orde was een voorstel tot wijziging van de structuurregeling. Dat is de wettelijke regeling die het instellen van een Raad van Commissarissen (RvC) voorschrijft. Een regeling uit de jaren 70 die ervoor moest zorgen dat de belangen van de partijen die bij de onderneming zijn betrokken op een goede wijze werden afgewogen. De RvC was daar het juiste orgaan voor dacht men toen. De regeling houdt o.a. ook in dat de OR een voordracht recht heeft voor 1/3 van het aantal zetels in de RvC. En daar zou nu aan toegevoegd moeten worden dat een commissaris niet meer dan vijf commissariaten mag hebben. Een voorstel dat aangenomen is in Tweede Kamer en nu bij de Eerste Kamer ligt. Daarover is natuurlijk van de kant van de werkgevers bezwaar. Dat is nu echte en doodgewone vriendjespolitiek. De aandeelhouders hebben in de afgelopen jaren meer bevoegdheden gekregen. Met name bevoegdheden die vroeger aan de RvC waren toegekend gingen over naar de aandeelhouders. De RvC was uitgekleed net op het moment dat de OR meer greep zou krijgen op de samenstelling van de RvC. Een aantal partijen ter linkerzijde stellen nu voor om de RvC weer meer bevoegdheden te geven. Daardoor wordt de positie tussen aandeelhouders met als orgaan de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA) en de personeelsvertegenwoordiging met als orgaan de OR gelijkwaardiger. Het lijkt er nu op dat de RvC als een bemiddelaar daartussenin de werknemers en aandeelhouders komen te staan maar het gaat natuurlijk om meer. Er moet een andere wind gaan waaien die het duurzame karakter van de onderneming versterkt. Maar daarvoor moet de or meer aandacht krijgen voor de RvC. En meer het Rijnlandse model voor de onderneming verdedigen. Het versterken van de invloed van de RvC gaat dus om de strategie van de onderneming. Het structuurregime geldt voor de grote beursgenoteerde ondernemingen en een onbekend aantal van de mid-kap ondernemingen. Maar vaak wordt een RvC ook vrijwillig ingesteld waardoor het structuurregime ook daar gaat werken. Heeft het voordrachtsrecht van de OR-en voor de RvC nou echt zoveel nut? We hoeven niet te ver in de geschiedenis terug te gaan om te leren wat macht voor de aandeelhouders betekent. We hebben er de affaire van de ABN AMRO aan te danken. Cor P. Berkel redacteur OR-Online 8-03-2010 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||